
De Buxus (In Europa veelal Buxus sempervirens) geldt als één van de bekendste en meest geliefde inheemse heesters en is een klassiek onderdeel van de persoonlijke tuininrichting. Daar is een goede reden voor: geen enkele andere groenblijvende heester is zo vriendelijk voor zijn buurplanten en zo moeiteloos tot figuren, stammetjes of gewoon tot elegante haag te vormen. Bovendien is de Buxus sempervirens een buitengewoon weerbare, krachtige en toch weinig eisende plant.
De geslachtsnaam "Buxus" komt van het Griekse woord "pyxos" dat "stevig" betekent en betrekking heeft op het harde hout van de struik. De soortnaam "sempervirens" betekent letterlijk "altijd levend" (semper = altijd, vivus = levend) en staat hier voor "altijd groen". Wij presenteren u 10 tips om uw Buxus zo gezond en groen mogelijk te houden.
1. Optimale omstandigheden voor de plant
De Buxus is geen veeleisende plant, maar heeft wel enkele duidelijke voorkeuren: hij groeit het beste op kalkhoudende, leemachtige grond. Wanneer de grond zandig is, dient u er bij het planten goed uitgewerkte compost of aan toe te voegen. De grond moet goed doorlatend zijn: vochtig, maar niet doorweekt. Wat de lichtbehoefte betreft, is de Buxus bijzonder verdraagzaam. Hij gedijt goed in de schaduw en zelfs tussen boomwortels. Het wordt wat moeilijker op warme plekken in direct zonlicht, bijv. op een zuidhelling. In dat geval kan al gauw bladschade optreden. De beste periode om Buxus te planten is in maart/april of oktober/november.
2. De juiste snoeiwijze
In principe geldt: hoe vaker, hoe beter. De Buxus heeft geen enkel probleem met een vierwekelijks snoeiritme. Snelgroeiende soorten bereiken alleen een goede dichtheid als ze vaker dan éénmaal per jaar bijgeknipt worden. Snoeien is alleen nodig tijdens het hoogseizoen van de groei: van april tot augustus. Hoe vaker u snoeit, hoe meer water uw Buxusboompjes nodig hebben om het ontbrekende blad snel weer aan te vullen.
3. Het juiste snoeigereedschap
Snoeien met een accu Buxusschaar is comfortabel en met name prettig voor bezitters van vele Buxusboompjes. Beginners raden wij echter een handbuxusschaar aan, omdat zonder de nodige ervaring met een accu- of elektrische Buxusschaar al snel teveel wordt weggesnoeid. Voor vormsnoei zijn speciale Buxusscharen ideaal, zoals de HS-B van WOLF-Garten, met extra korte messen en lichtgewicht handvatten voor optimale wendbaarheid. De klassieke schapenschaar wordt dikwijls aanbevolen voor het snoeien van Buxus, maar leent zich eigenlijk alleen voor jonge, nog tere twijgen. Zo gauw de takken wat houtiger zijn geworden, geniet een gewone snoeischaar de voorkeur.
5. De juiste hoeveelheid water
De Buxus is weliswaar veel beter bestand tegen droogte dan over het algemeen wordt aangenomen, maar heeft, vooral als kuipplant, bij warm en droog weer dagelijks water nodig. Bij lange periodes van warmte kunt u de plant het beste regelmatig afsproeien om de stoflaag van de bladeren te verwijderen. Let u er in de winter op dat de wortelkluit niet kan uitdrogen. Let op: Alleen 's avonds water geven, 's morgens kunnen waterdruppels verbranding veroorzaken!
6. Op de juiste wijze de winter door
Een Buxus kan de winter buiten doorkomen. Bij langdurige vorst en onbewolkte hemel bestaat echter wel degelijk gevaar voor vorstschade. Met beschermende netten kunt u het ergste voorkomen, maar dat is bij lange heggen en perkzomen geen praktische oplossing. De beste manier om vorstschade te voorkomen is om de Buxus op een beschutte plek te planten. Ook door het kiezen van de juiste soort kunt u schade voorkomen als bijzonder winterhard gelden de Blauer Heinz, de "Handsworthiensis" en de "Herrenhausen". Bij potplanten moeten de wortels tegen vorst worden beschermd. Een efficiënte en elegante oplossing is de "Pot-in-Pot" methode: de plant wordt met pot en al in een flink wat grotere, vorstbestendige buitenpot gezet en de tussenruimte wordt opgevuld met stro, gedroogde koeimest o.i.d.. Zowel de binnen- als de buitenpot laat u op houtblokjes rusten om direct contact met de koude bodem te voorkomen. Als het gesneeuwd heeft, vergeet dan niet de sneeuw regelmatig van de plant af te schudden.

7. De juiste hulp bij ziektes en parasieten
De meest voorkomende schadelijke parasiet is de Buxusgalmug. Deze legt haar eieren begin juni, in de bladeren en zo dicht mogelijk bij de groeitoppen. Regelmatig bijsnoeien, wat hoe dan ook nodig is, houdt de schade meestal wel binnen de perken. Met zijn giftige wortels houdt de Buxus zelf de knagers op afstand. Ook slakken zijn niet erg dol op Buxus. Als u de Buxus te lang droog laat staan, neemt zijn gevoeligheid voor schadelijke insecten toe. Een natuurlijk hulpmiddel tegen aantasting door schadelijke schimmels en insecten is de Buxusvoeding van WOLF-Garten.
8. Op de juiste wijze vermeerderen
Nieuwe Buxusloten zijn ook door niet-hoveniers makkelijk en zonder veel risico uit te zetten. De stekken wortelen heel gemakkelijk: in juli/augustus kunt u eenvoudig takken van de moederplant afbreken, waarna met een scherp mesje de losse bast op de wondplaats wordt weggesneden. Vervolgens worden de loten met ongeveer een derde van hun lengte ingekort. De stekken hoeven niet noodzakelijk met folie te worden afgedekt. U steekt ze op een licht beschaduwde, beschutte plek direct in losse, humusrijke, leemachtige aarde (Buxusaarde). Hoveniers dekken de grond, alvorens de stekken te planten, vaak af met zwarte folie. Dit houdt onkruid weg en voorkomt uitdroging van de grond.
9. Vormsnoei van de Buxus
De Buxus wakkert de fantasie van elke tuinliefhebber aan: bollen, kegels, piramides, spiralen, dierfiguren of andere sculpturen, heggen, complete Franse tuinen of labyrinten nagenoeg elke vorm kan uit de Buxus gehaald worden.
Een bol snoeien
Wie zonder speciale hulpmiddelen wil snoeien, kan op de volgende wijze te werk gaan: knip eerst een horizontale "evenaar" en vier verticale lengtebogen. Als deze banen goed rond lopen, kunnen de tussenliggende velden makkelijker op de juiste lengte worden gesnoeid. Maar u kunt ook een kartonnen mal op de juiste grootte maken.
Borderafscheiding/Heg
De positie van de borderafscheiding aangeven met markeertouw en de planten uitzetten u hebt per meter ongeveer tien plantjes van 10 tot 15 cm hoog nodig. Nadat u de plantaarde goed heeftbevochtigd, snoeit u de planten tot tweederde terug. De planten dienen goed vochtig te worden gehouden tot ze beginnen uit te lopen. Bij het aanleggen van een heg gaat u op dezelfde wijze te werk, maar zet u op gelijke afstanden van elkaar 5 tot 8 planten van 20 tot 30 cm hoogte per meter uit.